| Vraaggesprek met Ton de Bruin |
Ton de Bruin
Poortvliet, 08 september 2008, 14.00 uur. “Ik ben Ton de Bruin, 75 jaar, gepensioneerd keurmeester van vlees, wat tegenwoordig de warenautoriteit is. Ik heb zelf in Utrecht bij Elinkwijk gevoetbald, met onder meer Tonnie van der Linde en Henk Reinier Krijermaat. Ik heb gevoetbald tegen D.H.C. uit Dordrecht, die toen Rinus ter Louw in de ploeg had, de stopperspil van het Nederlands Elftal. Daar liep ik dan als ventje van 18 jaar tussen. Maar wel veel van geleerd, ook de minder faire kneepjes, zullen we maar zeggen. Ik heb daar gevoetbald tot ’52, toen moest ik in dienst. Na mijn dienstplicht heb ik nog twee wedstrijden bij Westlandia in Naaldwijk gevoetbald, waar ik eruit werd gestuurd omdat ik het gebit van de keeper van de tegenstander in tweeën had geschopt. Ik kreeg zes wedstrijden, maar heb nooit meer gevoetbald. Daarna ben ik naar Zeeland verhuisd, omdat ik daar mijn werk had gevonden als keurmeester. Ik heb ook een Zeeuwse vrouw, uit Yerseke, en omdat mijn toenmalige werkgever de gemeente Sint Maartensdijk was, ben ik op het eiland terecht gekomen. Ik ben in 1964 benaderd door de toenmalige voorzitter van S.P.S.; Han Elenbaas, of ik ook zitting wilde nemen in het bestuur. Toendertijd zaten daar ook nog de schoolmeesters Paape en Weijler, schilder Henk Verkerke en Chiel Dekker in het bestuur. Naast Van Doorn natuurlijk, de man die écht alles regelde. De vergaderingen werden in die tijd bij de bestuursleden thuis gehouden. Meestal bij Elenbaas, maar er werd ook wel gerouleerd. Het mooiste wat ik heb onthouden van die vergaderingen, was het wegbrengen van de toto. Dat moest in Bergen op Zoom, in café “de Hollansche Tuyn”. En dat werd natuurlijk een behoorlijk drankfestijn. Ik ben volgens mij maar twee keer mee geweest, maar kan me nog wel herinneren dat we op de terugreis op de Halsterseweg nog eens zijn aangehouden omdat een licht van de auto het niet deed. Han heeft toen ter plaatse geprobeerd het te maken, wat echter niet lukte. Ook de agent heeft het nog geprobeerd, maar ook hem lukte het niet. Han zei toen dat hij het thuis wel zou maken, omdat ze toch een autoschadeherstelbedrijf hadden. Dat was goed en we zijn toen weer op weg gegaan. Of ‘tie agent het niet gemerkt heeft dat we hadden gedronken, weet ik niet, maar anders had Han zo zijn rijbewijs in kunnen leveren. En wij mee naar het bureau, natuurlijk! Hahaha! Of het die tijd echt een bestuur genoemd kon worden… Ik weet het niet. Van Doorn regelde alles en wij hingen er maar een beetje bij en deden klusjes. Zoals bijvoorbeeld het bellen van de uitslagen. Niet iedereen had toen telefoon, en zo kon het gebeuren dat de spelers van het Eerste terugkwamen van een uitwedstrijd, maar nog niet wisten dat ze kampioen waren. Wij hadden dat via de telefoon al gehoord en waren al feest aan het vieren in ’t Centrum! Het is bestuurlijk eigenlijk pas gaan lopen na de komst van de jongere generatie. Cees Wessels bijvoorbeeld, die was behoorlijk administratief onderlegd. Tot die tijd was het alleen maar Van Doorn die alles regelde, en zelf wist je eigenlijk niet veel. Maar Cees zag ook wel dat het niet allemaal goed ging, als slechts één iemand alles regelde, en toen die in het bestuur kwam, had hij inmiddels al wel wat andere mensen geregeld die mee wilden doen. Ik ben helaas de namen van die mensen vergeten, maar volgens mij waren het er vier. Dat zal zo rond eind jaren ’60, begin ’70 geweest zijn. Ikzelf kreeg het toen vanuit mijn werk overigens ook steeds drukker, dus ging me er steeds minder mee bemoeien. Wat in mijn tijd wel een voordeeltje was: wij als bestuur hoefden geen contributie betalen. Ik ben nu dan nog steeds donateur, maar toen ik in het bestuur zat, betaalde ik helemaal niks. Dat had Van Doorn dan ook wel weer geregeld. Ik heb tot ongeveer de midden jaren ’70 in het bestuur gezeten. Toen ging het echt niet meer, in combinatie met mijn werk, en ben ik eruit gestapt. De eerste generatie voetballers kan ik me ook nog wel herinneren. Dat waren onder andere Bram de Groen, Hans van Dijke, Bram van der Jagt, Sarien en Adrie Noordijke, Wim Oudesluijs, Hans van Nieuwenhuijzen in de goal. Ook nog een Van der Slikke, maar die ging later met een meisje van de Gereformeerde Gemeente en mocht toen niet meer voetballen. Maar dat heb je nu nog steeds. En jongens die het thuis niet laten weten en de kleren bij iemand anders laten wassen. En verder nog de oudste Schipper, Kees Dekker en natuurlijk Japje Oudesluijs. Dat waren mannen van: een grasspriet bewegen: lel krijgen! Ik kom nog altijd bij bijna alle thuiswedstrijden van S.P.S. kijken. Maar waar ik me dan wel aan kan ergeren, is de taal die vanaf de kant geroepen wordt. Zo had Smerdiek eens, jaaaren geleden, een voorzitter: Toon Hage. De goeie man is nu volgens mij dood, maar ik ergerde me wel aan wat hij allemaal riep langs de kant. Ik kan best tegen een stootje hoor, ik heb in het veld ook dingen gedaan die niet altijd door de beugel konden, maar wat hij riep vond ik te ver gaan. Ik vind het behoorlijk professioneel, hoe de club tegenwoordig boezeneert. Ik weet nog wel vroeger, met de eerste betaalde trainer: John Roodenburg. Die had geen auto en kwam uit Bergen op Zoom. Die ging ik dan regelmatig halen en weer terug brengen, want ik was één van de mensen in het dorp die wel een auto had. Dan kwam er weer een belletje van: “Wil jij de trainer even halen?” En dan ging ik weer op pad. Meestal deed dat overigens Han Elenbaas, maar soms deed ik het. En ook rijden met de jeugd. Mijn zoon André zat ook bij S.P.S., en dan gooide je een heel elftal in twee auto’s en reed je naar overal. En dan was je ook gelijk leider, hahaha! Wat vroeger ook altijd leuk was, was met een verjaardag of geboorte of zo. Dan gingen we met het hele bestuur en er was altijd wel een cadeautje. Wie dat betaalde weet ik niet, maar volgens mij had Han wel ergens een zwarte kas hebben gehad, hahaha! Maar dat weet ik ook niet, hoor! Het hoogtepunt bij S.P.S. vond ik het winnen van de Tholen Cup. Ik weet niet meer wanneer het was, maar dat is wel één van de hoogtepunten. En natuurlijk dat kampioenschap, toen de jongens pas in café ’t Centrum van Siem Bout wisten dat ze kampioen waren, terwijl wij allang aan het feestvieren waren. Groot feest was dat. En het zoveel jarig bestaan, natuurlijk. Je kunt zien dat het professioneler is geworden, in de loop der jaren. Maar die bijeenkomsten vind ik ook hoogtepunten. Het dieptepunt is de brand. Ik wist niet wat ik hoorde. Ik kon wel janken. Er zijn er geen opgepakt, maar met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid weet ik wie het gedaan hebben. Maar ik weet hoe het werkt, natuurlijk. Je kan niet zomaar iemand beschuldigen. Al had ik wel verwacht der één van hun zou gaan praten. Maar dat is niet gebeurd. Gelukkig waren het geen voetballers van S.P.S. Inmiddels zijn die jongens de leeftijd ontgroeid, hebben ze verstand gekregen, hoop ik maar. Ik heb nog wel eens op het punt gestaan ze aan te spreken, maar ik kon er nét niet de vinger achterkrijgen. En als je iets niet met zekerheid weet, moet je het ook niet verder vertellen. Ik heb ze aangesproken, maar ze zeiden niks en liepen weg. En dan die uren die er aan besteed zijn, zo veel werk… Ik vind dat de zwartste bladzijde uit de geschiedenis van S.P.S. Het elftal van tegenwoordig vind ik echt een team geworden. Ik geef Rien Voshol voor de wedstrijd ook altijd even een hand. Want je kunt het met hem eens zijn of niet, maar ik vind dat hij veel heeft bereikt. Er staat nu echt een team in het veld. Ze noemen hem wel eens Mister S.P.S., maar ik vind hem veel meer dan Mister S.P.S. Ik vind het ook geweldig dat hij erelid is geworden van de club. Ik zelf heb mijn ambities bij S.P.S. niet helemaal waar kunnen maken. Dat had helaas alles te maken met Van Doorn, die natuurlijk buitengewoon veel goeie dingen gedaan heeft bij de club, maar geen ruimte liet voor andere initiatieven. Plus dat ik meer en meer tijd aan mijn werk moest gaan besteden, dus minder aan S.P.S. en dat ik op een gegeven moment moest gaan stoppen. Sportieve ambities had ik natuurlijk niet, ik heb nooit zelf bij S.P.S. gevoetbald. Tegenwoordig sta ik voor 99% van de thuiswedstrijden langs het veld. Een heel enkele keer kom ik niet vanwege familieomstandigheden, maar verder wel. Ook ga ik regelmatig bij mijn kleinzonen kijken. André voetbalt bij de jeugd van Vosmeer, Koen zit op de jeugdopleiding van N.A.C. en Joost voetbalt bij Alliance in Roosendaal. Maar meestal sta ik met die andere mannen langs de lijn. Ik heb het in de loop der jaren bij S.P.S. steeds beter zien worden. Een klein voorbeeld is natuurlijk het tegelpad rond het hoofdveld. Wat er nog wel beter kan is de voorzitter. Dat zou iemand moeten zijn met body. Hoewel ik veel respect heb voor Henk Vane (Noot: tijdens dit verslag was Henk nog voorzitter) voor wat hij allemaal doet, hij is er niet het type voor. Maar ja, waar vind je zo gauw een goeie voorzitter? Ik zou het ook niet weten. Nog één ding: ik hoop dat mijn naam nu goed geschreven wordt, want je schrijft het zonder de “ij”. Dus gewoon Bruin.”
2008-01 © d’n Vjírtienuh
|
|||||